In de verbeelding van wat ooit was,
zie ik je verkleinen,
in de schaduw van de verte.
Daar sta je dan, zo ver van mij,
niet meer wetend of ik aan je denk,
en jij aan mij.
Wij hebben elkaar verlaten,
in de gedachte elkaar voor altijd te hebben,
maar in dit ontastbare leven,
hebben we niets,
zelfs de liefde niet.
Toch verlaat ik elke dag mezelf om steeds dichter bij jou te komen,
maar zal ik ooit in staat zijn je buiten mijn verbeelding,
ook werkelijk te zoeken en te vinden?

Caro Van Braeckel